home > blog > collectie westfries museum is een speelbal geworden van politiek spel

Collectie Westfries Museum is een speelbal geworden van politiek spel

De in januari 2005 geroofde schilderijen uit het Westfries Museum in Hoorn zijn opgedoken op het bloedige strijdtoneel in Oekraïne. De Hollandse meesterwerken vormen er de inzet van een duister politiek steekspel op het allerhoogste niveau.

De 24 schilderijen die sindsdien vermist worden, bevinden zich bij een ultranationalistische gevechtsmilitie in Oekraïne. Op de achtergrond figureren volgens Nederlandse roofkunstonderzoekers Arthur Brand en Alex Omhoff leden van de Oekraïense geheime dienst en extreemrechtse toppolitici.

 

Het politieke schandaal wordt in Kiev angstvallig binnenskamers gehouden, maar het gemeentemuseum doorbreekt het stilzwijgen. „Onze collectie is in handen van corrupte personen, tot diep in de Oekraïense politieke top”, zegt museumdirecteur Ad Geerdink in een exclusief interview met De Telegraaf. „Zij weigeren de doeken terug te geven en willen maar één ding: grof geld verdienen ten koste van ons cultureel erfgoed.”

Met hakenkruizen en SS-tekens getooide strijders van de gevreesde, ultranationalistische vrijwilligerslegioenen hebben de historische schatten in hun klauwen. De neonazi's zijn bezig de topstukken in ruil voor harde dollars en zware wapens in de onderwereld te verpatsen.

Het drama rond de Hollandse meesters voert terug naar de nacht van 9 op 10 januari 2005. Kunstrovers laten zich in het Hoornse museum insluiten en saboteren het alarm. Kostbaar porselein en vitrines gaan aan diggelen, zilveren kunstobjecten verdwijnen in tassen. 24 topwerken van meesterschilders worden spijker voor spijker uit hun lijsten gehaald en meegenomen.

"Van het ene op het andere moment zaten we met een enorm gat in onze collectie van de Gouden Eeuw", kijkt museumdirecteur Ad Geerdink terug. "Het voelt nog altijd als een amputatie. Van sommige schilders hebben we geen enkel werk meer."

De gestolen kunst is jaren spoorloos. Tot januari 2014. Een rechercheur ontdekt een van de doeken op een mysterieuze website in Oekraïne en tipt onmiddellijk het museum. Geerdink: "Het ging om een foto van het schilderij Rebecca en Eliëzer van Jan Linsen. In kleur. Omdat we zelf alleen zwart-witfoto's van dit werk hebben, weten we honderd procent zeker dat het een van onze schilderijen is."

Opnieuw loopt het spoor dood. Pas in de zomer van dit jaar ontvouwt zich in Kiev plotsklaps een verbluffend scenario. Een ultranationalistische militieleider zoekt contact met de Nederlandse ambassade. Hij wil onderhandelen over de buit uit Hoorn.

Tijdens een inval, beweert hij, ontdekten zijn manschappen de doeken in het oosten van Oekraïne, in een villa die toebehoorde aan kringen rond de afgezette president Janoekovitz. Het vrijwilligerslegioen wil volgens de commandant een "mooi gebaar maken naar Nederland" en de collectie aan het Westfries Museum retourneren.

Slechte staat

Ad Geerdink: "Nederlandse autoriteiten hebben ons toen ingeseind. Een foto van het schilderij Boerenbruiloft van Hendrik Bogaerd met een recente Oekraïense krant was overtuigend genoeg. Ik was blij met dit levensteken, maar schrok van de slechte staat van het doek dat jarenlang opgerold moet zijn bewaard. Vanwege zijn goede reputatie hebben we de Deventer onderzoeker Arthur Brand ingeschakeld om voor het museum te onderhandelen."

Roofkunstjagers Brand en Alex Omhoff van bureau Artiaz, die eerder dit jaar in Duitsland verdwenen kunstschatten van Adolf Hitler opspoorden, doken diep in de levensgevaarlijke bolwerken in Oekraïne. Een speurtocht die een ontluisterend beeld schetst van corruptie en zelfverrijking tot in de hoogste politieke kringen.

De militieleider die bij de Nederlandse ambassade aanklopte, bleek Borys Humeniuk. Hij is dichter én plaatsvervangend commandant van het ultrarechtse en antisemitische vrijwilligerslegioen OUN. De militie stamt uit de gelijknamige nazibeweging die tijdens de Tweede Wereldoorlog tienduizenden Joden in Oekraïne vermoordde.

Afrekeningen

OUN-strijders nemen het, net als de gevreesde neonazistische Azov-brigade, op tegen pro-Russische rebellen in de Oekraïense oorlogsregio's. De door drank en drugs benevelde strijders gaan er als beesten tekeer en plegen evenals hun tegenstanders gruwelijke oorlogsmisdrijven. De strijdlegioenen worden verder met politieke afrekeningen in verband gebracht. Eerdere moordaanslagen op een Oekraïense journalist en een politiek tegenstander worden openlijk op hun Facebookpagina's bejubeld.

Brand: "De OUN zit dringend verlegen om wapens. Zij financieren zich met donaties van oligarchen en met smokkel, afpersing en andere misdaadpraktijken. Al bij mijn eerste ontmoeting met militieleider Humeniuk, in augustus, bleek waar het om draait. De gevechtseenheid wil harde dollars voor de Hoornse kunstwerken zien."

De boomlange militiecommandant kwam volgens Brand met een absurde lezing. "De strijders menen dat de collectie zeker vijftig miljoen euro waard is. Ze eisen glashard tien procent, oftewel ruim vijf miljoen dollar. In werkelijkheid zijn de schilderijen enkele miljoenen waard, al is de cultuurhistorische waarde voor ons land onschatbaar."

Tijdens het geheime rendez-vous in Kiev probeert Brand de militieleider met prijslijsten van internationale veilinghuizen uit de droom te helpen. "Ik kon de Oekraïeners namens het Westfries Museum een onkostenvergoeding aanbieden. Meer niet, uiteraard. Pijnlijk duidelijk werd dat de militie het museum niet als de rechtmatige eigenaar ziet. Ondertussen werden de schilderijen al schaamteloos in het internationale illegale circuit aangeboden."

Pion

Informanten zetten de Nederlandse roofkunstjagers op het spoor van de vermeende opdrachtgevers in het schilderijenschandaal. Brand: "Humeniuk wordt volgens deze bronnen direct aangestuurd door de politieke partij Svoboda. Alweer een extreemrechts bolwerk. Svoboda-leider Oleh Tyahnybok schoof Humeniuk als pion naar voren en stuurde hem naar de ambassade. Dat is van overheidswege bevestigd."

Ook Tyahnybok blijkt een spil in de neonaziwereld. De politicus brengt bij bijeenkomsten openlijk de Hitlergroet, gaat zwaar bewapend over straat en sprak in Duitsland openlijk zijn sympathie uit voor SS-kampbeulen. In augustus deed de politicus mee aan de extreem gewelddadige rellen bij het parlementsgebouw in Kiev. Daarbij explodeerde een handgranaat tussen de nationale garde en vielen er vier doden en 140 gewonden.

Volgens de opsporingsdiensten kwam het geweld uit de koker van Svoboda. De man die de granaat gooide, is een soldaat uit Svoboda's vrijwilligersbataljon. Veelzeggend is dat Svoboda-leider Tyahnybok tijdens politieverhoren zweeg over zijn aandeel in het bloedbad.

Brand: "Daar blijft het niet bij. Onze informanten noemen nog een tweede opdrachtgever, Valentyn Nalyvaichenko, de in juni ontslagen baas van de Oekraïense geheime dienst SBU. Twee weken geleden sprak hij het Amerikaanse congres toe omdat hij president van Oekraïne wil worden."

De tweede man op de achtergrond van de schimmige schilderijenhandel is volgens informanten van Arthur Brand voormalig hoofd Valentin Nalyvaichenko van de Oekraïense geheime dienst. Nalyvaichenko duikt ook al voortdurend op bij bijeenkomsten van ultranationalistische clubs. Samen met Tyahnybok voert hij regelmatig protestmarsen van extreemrechts aan.

Zijn betrokkenheid bij de Nederlandse roofkunstaffaire is volgens Brand uiterst aannemelijk. "Het staat vast dat de geheime dienst SBU de Hoornse kunstschatten al ruim een jaar onder controle had, op het moment dat Nalyvaichenko er nog de scepter zwaaide. Niets gebeurde zonder zijn medeweten. Slechts weken nadat hij bij de SBU moest vertrekken, kwam die militieleider Humeniuk opeens met de schilderijencollectie op de radar."

Dat de Oekraïense inlichtingendienst zwaar in de misdaad zit, blijkt ook uit het onderzoek tegen de Limburgse politiemol Mark M. Volgens justitie begaf M. zich "in Oekraïne jarenlang in een netwerk van gangsters en leden van de geheime dienst." Of M. een rol speelde in de schilderijenzaak, is nog onduidelijk.

De gesprekken over de Hollandse meesters zijn hopeloos vastgelopen. "Humeniuk liet later weten er niets meer mee te maken te willen hebben", vervolgt Brand. "In mails benadrukte ik dat hij niet zomaar kan afhaken. Dat de meesterwerken gestolen en eigendom van het Westfries Museum zijn. Maar de militiecommandant laat niet meer van zich horen."

Banden

Politieke druk, van laag tot hoog, heeft niets opgeleverd, bevestigt museumdirecteur Ad Geerdink. Over het politieonderzoek in Oekraïne bestaan grote twijfels. Ook hoge politiefunctionarissen blijken nauwe banden met Tyahnybok en Nalyvaichenko te hebben.

Minister Koenders wees huidig president Porosjenko vorige maand op zijn verantwoordelijkheden in deze zaak. Maar Brand schat in dat Porosjenko niet in beweging komt, zodat zijn tegenstanders vanzelf worden ontmaskerd.

Voor het Westfries Museum is de maat vol. Directeur Geerdink: "Onze collectie is een speelbal geworden in een ondoorzichtig, politiek spel. Een onsmakelijke cocktail van een strijd om de macht, vriendjespolitiek, corruptie en zelfverrijking in een land in oorlog."

Met ontmaskering hoopt het museum zijn meesterwerken alsnog terug te krijgen. "Nu we zonder succes alle wegen hebben bewandeld en de doeken mogelijk voorgoed uit het zicht verdwijnen, rest ons nog maar één optie. Dat is publiekelijk de noodklok luiden", besluit Geerdink. "Via De Telegraaf mag duidelijk worden welke dubieuze personen onze collectie in handen hebben. Hopelijk zet dit de autoriteiten in Oekraïne aan tot actie. Zo niet, dan willen we in ieder geval aan de wereld laten weten dat de schilderijen zijn gestolen. Ze horen thuis in het Westfries Museum in het Nederlandse Hoorn. En nergens anders."

Reacties


Reageer

Uw naam
Uw emailadres
Nieuwsbrief?
Bericht